In d'eerste Vertooning Verschijnt de Doodt op een waagen van mensche-geraamten. Lentemaant, Hooimaant, Oogstmaant en Slachtmaant, de vier moortdaadigste dochters van 't Jaar, verstrekken haar voor paarden: de vreeselijke Pest voor voerman. de Zuidewindt, een dienares van de Doodt, vliegt voor uit. Gulzigheidt, Dronkenschap, Bloedtgang, Waterzucht, Teering, Wanhoop en Koorts, haar krijgsbenden, baanen 't spoor. Eskulaap, Galeen en Hippokraat, betoonen zich raadeloos. Juno, die Hinloopen op Pijnburg laat bewaaren, om hem aan Leonora Huidekoopers van Maarseveen te huwen, verlaat haar schatkamers, Pallas haar schoolen, en Merkuur zijn Beurzen, om met een wolk ten hemel te klimmen. Amsterdam is in 't zwart gekleedt. Neering, Rijkdom, en Overvloedt, haar gespeelen, vluchten, Godtsdienst en Gerechtigheidt, twee hooftpilaaren daar de Stadt op rust, blijven haar noch by. Zuchten, Weenen, Klaagen en Treuren, de kinderen der Ellendigheidt, voegen zich in de rouw, met ongevlochte hairen, by de graaven. d'Amstel en het Y helpen de vluchtige burgers, langs hun stroomen, naar vreem-
de gewesten. Voorzichtigheidt, door Schrik en Vrees voortgedreeven, geeft Leonora Huidekoopers, aan Maarseveen, Neerdijk en Diependal, om haar voor 't geschut van de Doodt te bevrijden.
De Doodt bestormt het Y, om 't leeven te berooven. De Kunsten zijn geboeit. het volk heeft geen gehoor. Het Moordtvuur is door klacht' noch traanen uit te dooven. Voorzichtigheidt verbergt de wakkre Leonoor. Zoo weet men 't woeden van het Pestvuur te verhinderen. De Huizen houden standt door 't leeven van de kinderen.
Cookies on Poetry Cove