675. Toen Mejuffrouw Leonora Huidekoopers van Maarseveen te paardt reedt.
Dus zag men Dido op haar fiere klepper praalen;
Maar Dido wapent zich in 't jaagen met een boog:
Doch Leenora spant de peezen van haar oog;
En quetst de harten met twee flonkerende straalen.
Behoeft dit pronkbeeldt dan te ryden met een schicht?
Geen wisser jaagtuig dan de pyl van hel gezicht.