Jezus in d'armen van Simeon: door G. Eekhout geschildert.
Maria komt haar kindt, haar Godt, ten offer draagen.
Zoo wordt het tempelrecht van d'oude wet volbracht.
Wie dat de wet voldoet zal Godt in all's behaagen.
Nu ziet men daar all' d'aardt zoo lang naar heeft gewacht.
't Verlangen naar een ding schijnt alles te verlangen.
Zoo was 't met Simeon die wy vol vreugdt zien staan.
Wie 't al omvangen heeft wordt hier van hem ontfangen.
Wat Godt zijn volk belooft wordt op zijn tijdt voldaan.
d'Onfeilbre waarheidt komt al schijntze lang te wachten.
Hy heeft Godtszoon in d'arm; de Geest van Godt in 't hart.
Is 't wonder? neen: hy heeft Godt zelf in zijn gedachten.
't Vernuft is heiligh dat van Godt bezeeten wardt.
Nu dat hy 't Leeven ziet, wil hy het leeven derven.
't Onsterflijk leeven komt de mensch door deugdtzaam sterven.