Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

In de Vertooning na 't Spel Staat een brandendt outaar, aan de slinke zy vertoont zich Leiden, Mars, Stadtvoogt en Burgermeesteren: aan de rechte komt Prins Willem, die de Vryheidt, Hollandt en eenige Staaten by zich heeft. Hier wordt Leiden, voor haar geleede ellenden, het recht van de Hoogeschool opgedraagen. achter de Prins, ziet men de Rijn, Neering en Rijkdoom: noch verder worden Oorlog, Honger, Tweedracht, Doodt en Pest, door Herkules en Stantvastigheidt geboeit en verjaagt. Achter Leiden staat de Wakkerheidt, die drie kinderen met boeken gelaaden, by zich heeft: hier by vertoont zich de Hoogeschool, zy zit in een zeskante tempel; haar hooft is met een kroon van flikkerende starren versiert: tot bewijs dat ons de gaaven van 't verstandt, niet door kunst; maar van den Hemel worden ingestort. Zy heeft in haar rechtehandt, die op een boek steunt, een scepter daar een zon op staat; om te betoonen dat het vernuft, het welk een zon is die de werreldt verlicht, heerschappy over de gemoederen der menschen heeft. in de slinke zwaait zy een fakkel: want de geleerdheidt heeft de nacht niet min dan den dagh tot haar gebruik. de Bottigheidt leidt onder haar voeten. op de trappen van de tempel zitten Homerus, Plato, Hippokrates, Demosthenes, Archimedes, Ovidius, Cicero, Plutarchus, Bartholus, en andere doorluchtige geesten. Merkuur daalt van de hemel, en belooft Leiden dat hy haar door koopmanschap zal doen groeien. De Faam vliegt langs de wolken, en maakt het oprechten van 't allerdoorluchtigste School aan de werreldt bekent.

't Stantvastigh Leiden raakt, na groot' ellend', aan 't stygen. De Plaagen zijn geboeit. De Rijn bevindt zich vry. Door wakkerheidt en moedt is alles te verkrygen. Men draagt haar 't Schoolrecht op, tot heil der burgery, Voor waaken, hongren, bloedt, deurmengt met zweet en traanen. Waar dat Geleertheidt is zijn bloeiend' onderdaanen.

Achter deeze Vertooning, ziet men, na 't opschuiven der gordynen, vijf verschieten; in 't geen zich aan de rechte zy vertoont is Apollo met de neegen Muzen beezig, om Parnas op te rechten. In 't geen zich aan de slinke laat zien, staat een tempel, daar Pallas, omheint van de zeven Vryekunsten, haar lessen in beschrijft. In 't middelste, verschijnen, in een daalende wolk, de Wijsheidt, Gerechtigheidt en Maatigheidt. In 't eerste van de twee kleene verschieten, koomen Venus, Kupido, Bacchus en Gulzigheidt, die zich veeltijdts by de Hoogeschoolen vervoegen, om toegang by de leerlingen te krijgen: maar zy worden door Voorzichtigheidt te rug gehouden. In het tweede, komt Diana, verzelt van Stalmeester, Schermmeester, Dansmeester, Kaatsmeester en Bolbaanmeester, om het gestaadigh blokken, dat de vernuften stomp, en de leeden stram maakt, door geoorlofde oefeningen te verpoozen.

Apollo bouwt Parnas, op hoop van nieuwe gunsten. De Dichtkunst lokt het oor van 't eedelste verstandt. Minerve sticht haar kerk, door zeven Vryekunsten. De weetenschappen zijn tot steunsel van het Landt. De Wijsheidt daalt om hooft van 't Raadthuis te verstrekken. Waar rechte Wijsheidt komt moet zieledwang vertrekken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove