Oorlog tuschen Sabijnen en Romeinen, door N.S. geschildert.
't Sabynsche leeger is op Roomen aangeschonden.
Sta af, Sabyn, sta af, ontwapent uwe handt.
Wie dat zijn schoonzoon wondt is goddeloos in 't wonden.
De Roomer houdt uit noodt, maar gy uit wreedtheidt standt.
Uw dochters bidden u, om dat zy 't quaadtste vreezen;
Zoo gy haar mans vermoordt zoo zullen 't weed'wen zijn.
Zoo gy hier sterft, zoo zijn het vaaderlooze weezen.
Ik zie haar weeuw en weez', dit is een dubble pijn,
Eer dat de zon vertrekt, door 't scherpe lemmer maaken.
Hier hoeft geen bloedt om 't vuur te blussen dat u brandt.
De gramschap smoort men best door natbetraande kaaken.
Bindt uwe wraaklust aan uw dochters huwlijksbandt.
Zoo gy niet deizen wilt, zoo zoek ik andre weege'.
Wie dat zijn bloedt verdelgt heeft een vervloekte zeege.