567. Aan den E. Heer Joan Hinloopen Jakobsen, scheepen t'Amsterdam
Gy dicht, o Vos! zegt gy, zoo veel niet als wy wenschen.
De huisplicht bindt myn handt. myn lust wordt wet gestelt.
De Dichtkunst, dit staat vast, en eist niet dan heele menschen:
Ik ben niet meer dan half, de zorg doet my geweldt.
Een ander laat zich 't hooft, door kunst, met lauwren sieren.
De buik verzaadt zich niet door kransen van lauwrieren.