Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

De zeste Is achter hoog opgeboeit en met gevleugdele kinderen versiert, die met kluisters, zwaarden, stroppen en allerleye strafgereetschappen gelaaden zijn: in 't midden en voor isze met vuilnis, mest en andere onreinigheeden besmeert. Op 't achter-endt vertoont zich Gerechtigheidt; in haar rechtehandt heeft zy een blaauwe staf, daar een schaal een hangt; in de slinke een zwaardt. Geweldt, Staatzucht, Bedrog en andre landtpesten, die d'armen op de rug geslooten zijn, zitten voor op de waagen, in de schaaduw van een galg en rat.

't Verwoestende Geweldt, en Staatzucht heet naar kroonen, En 't eerelooz' Bedrog, zijn weeder aan de bandt. Gerechtigheidt, de zuil der koninglijke troonen, Verschijnt met schaal en zwaardt, tot heil van Stadt en Landt. Zoo valt de Boosheidt als zy 't hooft te hoog wil steeken. De wraak, die langzaam komt, is vaardigh in het wreeken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove