609. Op een goude penning daar het beeldt van de Bisschop van &c.
Gy schijnt voor 's Bisschops beeldt van loutergoudt te vliên.
Ik wil hem liever van fijn goudt dan leevendt zien.
Hadt hy van goudt geweest, hy hadt my niet beschooten.
Een goude dwinglandt heeft nooit menschebloedt vergooten.