720. Aan de zelfde.
Elk heeft zijn star, zegt gy, aan 's hemels helle zaalen.
'k Ontken 't; de star die my bestiert, verschijnt op d'aardt:
Want Laura is mijn star, zoo hel van gloet als straalen.
Ik mis. ik heb 'er twee, die, liefelijk gepaart,
Recht in de hemel van haar beider voorhooft pronken.
Geen schoonder starren dan aanminnelijke lonken.