91. Aan Mevrouw Maria Spiegels, Gemaalin van den Eed. Heer
Geeraart Schaap Heer van Kortenhoef, Burgermeester, en Raadt t'Amsterdam.
Het water op Parnas quam door een hoef aan 't springen:
Wie dat hier eens van dronk begon op maat te zingen.
Zoo kreeg de dichtkunst by de Grieken een begin;
Gy hebt uw naam niet van de Duitsche hoef ontfangen:
Maar van de Grieksche hoef, een springbron vol van zin:
Want uwe ganzeschacht is zwanger van gezangen.
De vaarzen maaken u tot eene zanggodin.
Zoo kan d'aaloude hoef de nieuwe luister geeven.
Door 't hoefnat kan de geest het lichaam overleeven.