Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Christus eet het Paaschlam.

De Heilandt geeft zich aan zijn jongeren te eeten. O kostelijke kost! voor 't zuivere geweeten, Gy starkt het zwak gemoedt, ter doodt toe afgevast. Apicius was nooit aan zulk een disch te gast, Al deedt hy voor een visch driehondert ponden tellen. De lekkerny is slechts om 't lijf te vreên te stellen. Zoo was het Manna dat op Mozes hutten viel: Maar deeze spijs bewaardt het leeven van de ziel. Wie dat zijn ziel behoedt zal niet voor eeuwig sterven. Ik wil om zulk een disch Affuerus disschen derven: Zelf van Kaligula, met goude spijs bezet. Niet zoeter voor de ziel dan 't hemelsche banket. Hier drinkt men Christus bloedt eer 't uit zijn zy komt stroomen. Egipte schonk weleer aan 't krijgsgezag van Roomen Gesmolte paarelen: maar 't was slechts schat geplengt. Door deeze drank, met deugdt die godtlijk is deurmengt, Verwint men al 't geweldt dat d'afgrondt weet te pleegen. Wie dat de hel verwint verkrijgt de grootste zeegen. De zeegen voor de ziel is 't allergrootste goedt. Wie dat aan Christus disch met een besmet gemoedt De spijs en drank geniet, vervalt in ongenaade. Wech Judas, die uw Heer, door geldtzucht, hebt verraaden. 't Ontveinzen helpt u niet: hy weet uw vals bestaan. Wie dat zijn Heer verraadt heeft zich ook zelf verraân.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove