De negende
Is met de vier winden, schaapen, biekorven en zwermen versiert. Ierlandt komt haar
Koning, op deeze waagen, met haar standert verschijnen: Dublin biedt hem, als
d'andere Rijken, de goude pilaar, kroon en scepter. Achter vertoont zich een
wildeman, die ruig van hair en mos begroeit is; hy heeft een groene knots op zijn
schouwder. Pan, die met zijn ruispijp voor op zit, wordt van
een bie-queeker, die een honingkorf by zich heeft, op deeze plaats verzelt.
Hier komt zich Ierlandt voor haar Oppervorst vertoonen:
Zy volgt haar zusters naa, met kroon en koningsstaf.
't Geweldt heeft haar belet, om Karels hooft te kroonen.
Wie plicht, door dwang, naalaat, is vry van alle straf.
Zy heeft niet van haar Vorst, maar om haar Vorst geleeden.
Wie voor zijn Koning strijdt heeft loffelijk gestreeden