357. Op Jufrouw Sara van Erkel &c.
Van Erkels oor bemint de wijsheidt ryp van reeden,
En slaat haar oogen staagh op kunsten, rijk van lof.
Wie kunst en wysheidt mint, is zelf vol schranderheeden.
Men vraag niet naar bewijs: van Erkel geeft ons stof,
Om deeze waarheidt door haar leeven te bewyzen.
Wie dat de geesten pryst verdient geen minder pryzen.