Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

De tweede waagen Is achter met Stroomgooden versiert, die op hun potten, daar het water uit komt bruizen, met hun armen rusten, en rondtom van lis en ruiggewasch bewossen. Gelderlandt laat zich op deeze voort rijden: zy heeft Nimmegen, Arnhem, Zutphen, Diane en twee Jaghtnimfen by zich.

Hier toont zich Gelderlandt in 't midden van haar Steede'. Haar krijgsroem is niet min dan Adeldoom vermaart. Zy zwaaiden 't lemmet om d'olyftak van de vreede. Wie om de vreede vecht betoont zich braaf van aart. Zy keerden 's vyandts heir en deedt ook oorlogstochten. De zeege wordt niet dan door dapperheidt bevochten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.