498. Aan Maria Vos, mijn Dochtertje.
Men moet het heillooz' quaadt niet mijden,
Uit vrees van in de hel te lijden;
Noch goedt doen om het hemels loon:
De rechte deughdt heeft andre reeden;
Zy ziet op straf, noch zaaligheeden.
Men moet, uit liefd' tot Godes Zoon,
Het quaadt vliên en 't goede pleege'.
Wie Christus lieft verkrijgt zijn zeege.