Sauls bekeering door Rubens geschildert.
Hier naadert Saulus om de Christ'nen te verpletten:
Want hy bevondt zich noch nie zat van Steevens bloedt.
Wie blindt door yver is heeft d'allergrootste hetten.
't Is goddeloos den mensch te dwingen in 't gemoedt.
Men wint geen harten door moordtdaadigheidt te pleegen.
Het krijgsvolk neemt de vlucht uit vrees voor vreemt geweldt.
De schrik deurdringt de borst veel snelder dan een deegen.
De leidtsman is in 't veldt, eer dat hy 't weet, gevelt.
Die andre door zijn macht in ongeval wou stooten,
Is door een enkle stem gesmeeten van zijn paardt.
Op 't oop'nen van de lucht heeft hy zijn oog geslooten.
De wolf in Christus kooy heeft nu een lamm'ren aart.
Zoo moet men vallen om in Goodes schoot te vallen.
Nu ziet hy met zijn ziel dat zijn gezicht nooit zag.
Hy zal om 't nieuw verbondt in Room'lus oude wallen,
Noch sneuvlen door het zwaardt; om door die wrede slag
Te zwemmen deur een zee van bloedt naar 's hemels haven.
Wie om zijn Heilandt lijdt zal deur de starren draaven.