634. Aan Mevrouw Anna van Hoorn, Gemaalin van den Eed. Heer Kornelis van
Vlooswijk,
Heer van Vooswjk, &c. Burgermeester en Raadt t'Amsterdam.
Ik dank van Vlooswijk voor haar vastenavondts tafel.
Prins Willem zat onlangs niet beeter aan uw disch.
Mijn tong heeft meer vermaak in een gespouwe wafel
Dan Cezar in 't banket. durft iemandt voor een visch
Driehondert ponden biên? ik houdt met uw gebraaden.
De kosten van de kost kan 't lichaam niet verzaaden.