Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Op de tweede Vertooning, 't Woedende Oorloog.

Euroope schreeuwt om hulp, nu zy aan alIe kanten, Gelijk in Cezars eeuw', de naaste bloedtverwanten Elkaâr te keer ziet gaan; maar 't schreeuwen is om niet. De Boosheidt heeft geen oor. Veneedjen lilt als riet, Terwijl zy Kandië, haar dochter, door de Bassen Van 't wreede Thraciën, ellendig ziet verrassen. De geest van Godefroy vertoont zich aan het volk. Zijn rechtehandt beklemt een schitterende dolk, De slinke zwaait een toorts. hy poogt, nu hy de Frygen

Ziet naadren, 't Christenheir, gesplitst door burgerkrijgen, Te stillen; om den Turk, zoo goddelijk verwoedt, Als hy het oost bevocht, van d'Ister, tot den vloedt Die 't nat van Indus zwelgt, al juichend', naa te jaagen. Belloone steekt in 't heir, op haar bebloede waagen, Haar schorre moordttrompet, en hitst de benden aan. 't Geweldt is op de been. de Doodt is niet t'ontgaan.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.