Amerike.
Amerike verschijnt in 't midden van de vloeden.
Haar goudt is roodt van aart; noch rooder van haar bloedt.
De rijkdom maakt haar arm: maar rijk van teegenspoeden.
Die haar het goudt ontrooft, brocht haar Godts woort te moet.
Zoo sterft men in zijn schat, en wordt uit Godt gebooren.
Wie goudt om Godt verliest heeft zeegenrijk verlooren.