Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Het Vertoonen.

Op mensch, en zie de Mensch vol doodelijke pijnen. De Wreedtheidt doet hem in een purperkleedt verschijnen: Maar 't is met bloedt gevoert, om u in d'oppertroon In 't eeuwigh wit te kleên. gy ziet hem met een kroon: Maar z'is van doorenen; die in zijn bloedt doorweeken, Om dat de punten in uw ziel niet zullen steeken. Hy voert een koningsstaf: maar z'is van riet gesneên, Om u een staf van goudt, die eeuwigh duurt, te smeên. Hoe deerlijk is de glans van zijn geslaagen wangen, Om u te zuiveren, met slijmigh spog behangen! Het voorhooft is, om u te heelen, opgekrabt. De spiegels van 't gezicht de foely afgeschrabt. Zoo vinnigh laat hy zich van 't ongediert bevechten, Om 't ooft weêr aan de tak van d'eerste boom te hechten. Men ziet hem door de zondt, in zulk een naare schijn. Hoe menschen! twijfelt gy of dit een mensch kan zijn, Nu gy geen maaksel van een schepsel ziet vertoogen? Pilatus zeit het zelf; niet dat hy 't kan beoogen: Maar om dat hy noch weet, wie, door zijn tieranny, Voor al de pijlen van de Joodtsche raazerry Tot doelwit heeft gedient. Op mensch en druk de wonden Van Christus in uw brein; deez' zullen u tot monden, In 't oordeel, strekken. op, want zulk een spoor geleit De ziel, in deugdt doorzoôn, naar 't Hof der zaa1igheidt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove