602. Aan Mejuffer Elizabet Huidekoopers van Maarseveen.
Uw oog, Elizabet, heeft zucht tot alle blaadren:
Nu tot de blaadren in een boek vol schranderheên.
Dan tot het eikebladt in 't vruchtbaar Maarseveen.
De geesten kan men best in schaaduwen vergaadren.
Het brein wordt nooit zoo wel gescherpt dan als men leest.
Noch ziet men blaaderen, tot siersel van uw geest,
Van rooz' en lelien op uwe kaak vergaaren.
't Is wonder als Natuur vernuft met glans komt paaren.