681. Toen Maria Vos, mijn dochtertje, neevens andere kinderen, met de hoepel liep
speelen.
Myn dochter slaat de hoep, die door de stokslag dreit:
Zy vindt geen endt, schoon zy haar aâm ten endt komt loopen.
Zoo toont een kindt ons, door haar hoepel, d'eeuwigheidt.
Het eeuwigh is door zweet en wakkerheidt te koopen.