243. Aan den Eed. Heer P. K. Hooft, Ridder, Drost van Muide, Baljou van Goilandt &c. toen
hy zyn Neederlandtsche historien geschreeven hadt.
Uw hooft, o Hooft! was zwaar, hoord' ik u lest verklaaren.
Nu is uw hooft, ik zie 't, verlost van zwaarigheidt.
Wie dat bezwangert is raakt endelyk aan 't baaren.
Uw boek komt niet in 't licht door godt Vulkaans beleit,
Als Pallas uit Jupyn: maar door de hulp der pennen.
De kindren van het Hooft zyn licht aan 't schrift te kennen.