735. Aan L. van G. die Latijn leerde om een Poëet te worden.
Men trekt het goudt, door zweet, uit diepgegraave daalen:
Maar daar 't van zelf niet groeit is 't door geen zweet te haalen.
Zoo is de dichtkunst meê: men krijgt haar door de gunst
Van d'eedele Natuur, gy doet vergeefse dingen.
De Grieks, noch Roomsche taal doet niemandt vaarzen zingen.
Geleertheidt strekt niet dan een vijl voor deeze kunst.
Gy raakt door 't school niet op Parnassus steile spooren.
Men maakt geen dichter; neen: men wordt 'er een gebooren.