Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Op den E. Heer Pieter Adriaansen vander Werf, Burgermeester en Raadt tot Leiden in 't jaar 1574. Door Verhulst uit marmer gehouwen.

Hier sluimert van der Werf, het schildt der Leidtsche vesten. Zijn Burgerzucht ontzag, noch zorg, noch zweet, noch bloedt. De Honger, dol naar broodt; het vuur der veege pesten; En 't leeger heet op moordt, bezweeken voor zijn moedt. Wie wijs en wakker is weet zich in noodt te weeren. Hy boodt zijn slinker arm, tot voedsel, aan 't gemeen; De rechter om het heir, in 't stormen, af te keeren. Een dubble krijgsdeugdt is de starkste wal der steên. Zoo redt men door een man 't gevaar der onderdaanen. Wie stadt en volk gebiedt, vereist vernuft en kracht. Bespreng zijn asch, wanneer 't onzet verjaart, met traanen, En sier de graspilaar met 's vyandts wapenpracht: Zoo zal zijn pronkbeeldt noch, na 't sterven, zeegepraalen. De faam der helden laat zich in geen graf bepaalen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove