Op de schildery daar Christus zijn aangezicht in de doek drukt. Aan mijn
Huisvrou Grietje Gerrits.
Apelles staak uw kunst, gy beezigt waterverven.
De Heilandt, om zich zelf te schildren, voor het sterven,
Gebruikt zijn bloedt voor verf; ziin dwaaldoek voor panneel,
En 't aanzicht, zoo verwoedt gemartelt, voor 't penseel.
Zoo ziet men, naa zijn doodt, de spiegel van zijn lyë'.
Op mensch, en sier uw hart met zulk een schilderyë.
Dit isze daar de Tijdt zijn tanden op bederft.
Wie Godt in 't hart omhelst, zal leeven als hy sterft.