730. Toneelspeelder. Aan den E. Heer Pieter Schout &c.
Een reizendt speelder heeft gemeenschap met de winden.
Men ziet hem over al: mar hy is nergens t'huis.
Hy weet all' ooren aan zijn lippen vast te binden.
Als hy geen kruissen heeft, heeft hy het grootste kruis.
Nu is 't een koning; flus een slaaf van ander' heeren.
D'onzeekerheidt is door een speelder best te leeren.