Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Doodt van zijn Hoogheidt Freedrik Hendrik Prins van Oranje, &c. Algemeen Veldtheer der Vereenighde Neederlanden, &c. Zang.

De groote Freedrik sluit, in 't sluiten van de vreede, Zijn oogen, eer den dag haar oogen open doet: De Doodt, die hem in 't veldt nooit teegen durfde treede', Verschiep zich in een vlam, en kroop hem tot in 't bloedt. Zoo dreefzy (o bedrog!) het leeven uit zijn aâren. Op, Hollandt: want de Deugdt behoort in 't endt haar loon. Breng balssem, om het lijk voor 't rotten te bewaaren. De leevendige zijn tot dienst van zulke doôn, Die voor de wett' van 't volk hun deegens wilden wetten. Men moet een heldenlijk de tandt des Tijdts ontzetten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.