D'achtste
Is achter met koolputten, voor met vischnetten, en in 't midden met bonte vellen
beschildert. Hier ziet men Schotlandt met haar wapenwimpel. Edenburg heeft een
goude pilaar, die met een kroon en scepter versiert is, in haar rechte arm. Thetis,
gemaalin van Neptunus, voeght zich met haar gaffel, daar visschen aan hangen, op 't
achter-endt. Het voorste van deeze waagen wordt van een visscher en koolgraaver
bekleedt.
Oudt Schotlandt, dat zoo lang voor tieranny moest zwichten,
Door 't derven van haar Vorst, komt Karel nu te moet.
Een die zijn Vorst genaakt doet groot bewijs van plichten.
Haar handt was nooit bemorst van koning Stuarts bloedt.
Zy smeekt op hoop dat hy zich weêr ten troon zal zetten.
Wie 't Opperhooft erkent voldoet de kracht der wetten.