Zang.
Verv1oekt' afgryselijk' en wreede doorenbosschen,
Wat schrikdier heeft u eerst in heillooz' aardt geplant?
Gy zijt met gal besproeit: maar uit vergift gewossen.
Een Vaader-beul heeft u, met zijn bebloede handt,
By 't grimmend' ongediert, al brullend' uit gaan rukken.
De Wreedtheidt, fel van klaauw, in schijn van 't heiligh recht,
Durfd' u ô gruwelen! in 't hooft van Chriftus drukken.
Gy zwelgt dat zaalgendt bloedt. Wie heeft u dus gevlecht?
De helsche zucht tot Staat, die pest der land' en steeden.
Wie voor zijn Staaten vreest ontziet geen gruwlijkheeden.