Gevecht van de Horacien en Kuracien; door K. M. geschildert. Aan Mejuffer
Leonora Huidekoopers van Maarseveen.
Wyk, Leonora, wyk, om doodsgevaar t'ontwijken.
Dit is geen schermhof: maar een schouwburg van de Moordt.
Het aardtrijk wordt bedekt met diergeschatte lijken.
Wie zich verzeekren wil verkiest een veilig' oordt.
De Roomsche krijsgsheldt zwicht, zoo 't schijnt, voor's vyandts deege.
In oorlog vecht bedrog niet min dan stark geweldt.
d'Albaaners vallen aan op hoop van wisse zeege.
Maar 't worst'len is vergeefs, zy sneuvelen in 't veldt.
Zoo stort men weinigh bloedt, om alles te bewaaren.
Wie dat zijn landt behoedt past palm en eikeblaaren.