Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

488. Aan Mevrouw Margareeta van H. toen haar zoontje zyn oogen door de kinderpokken, verlooren hadt.

Margreet, gy weent vergeefs om uwe zoontjes ogen; Hy wordt, door ramp, een godt, en gy tot een godin: Want nu men 't git geen meer in 't voorhooft ziet vertoogen, Zult gy vrou Venus zyn, uw zoon de vlugge Min: Twee godtheên die all' d'aardt doen luistren naar haar wetten. Wie iet om winst verliest, behoort geen rouw te zetten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.