De vierde
Is achter met een Sfinx en voort overal met wapentuig beschildert; dat met kroonen,
scepters, myters, staaven, wetboeken,
zeegels, en andere waardigheeden deurmengt is; maar gebrooken, geschonnen,
geplettert, gescheurt en vertreeden. De schaal van Gerechtigheidt is met bloedt
gevuldt, het zwaardt vol schaarden, en de roede aan splinters. Op deeze vertoont zich
Kromwel; hy is met het harnas van 't Geweldt gewapent. in zijn rechtehandt heeft hy
een bebloede enterbijl; in de slinke een werreldtkloot. Staatzucht, zijn naaste Raadt, zit
op d'achterste bank; haar kleedt is met goudt geborduurt; maar behangen met een
mantel die zy de Godtsdienst ontweldigt heeft: in haar rechte handt heeft zy een
standert, daar een Bybel in geschildert is: in de slinke kroonen en scepters; die, door 't
opweien van de mantel, ontdekt worden. Godsdienst, Gerechtigheidt, en Neering, zijn
de halzen, voor op de wagen, met een keeten aan elkander geslooten.
Britanje wordt verwoest door schelmen en tyrannen.
Het kroonrecht is gescheurt. de Twist is op de been.
Waar dat Geweldt verschijnt wordt alle heil verbannen.
De wreede Roovery bespringt de vrye zeen.
De Godtsdienst wordt de keel, door Staatzucht, toegetreeden.
Wie koningen vermoordt ontziet geen gruwlijkheeden.