Op den eerwaardigen Heer J. Albert Ban.
Ik heb my, zeide Ban, op 't aardtrijk zat gezongen:
Nu wens ik my te menglen,
Met maatgezang van Englen.
Mit sturf hy, en zijn ziel, begroet van hemeltongen,
Quam deur de starren vaaren.
Nu, booven by de schaaren,
Zingt zy de boovenzang, die hy omlaag beminde.
Men zoekt hier naar de maat: maar z'is by Gode te vinde'.