423. Een vos van suiker aan Laura &c.
Staa, Laura, staa, ey staa! verschuil niet by de linden:
'k Ben zoo bedrieglyk niet, gelyk'er wordt gezeidt.
Ontsluit myn borst en ziet wat hier verburgen leit:
Gy zult my binnen zoo oprecht als buiten vinden.
Noch schuilt 'er een bedrogh: vraagt gy wat dat dit is?
Myn hart is dubbel: want uw schoone beeltenis
Wordt in de tempel van myn boezem aangebeeden.
'k Wens u, o Nimf! een hart met zulke dubbelheeden.