320. Amintas aan Laura, toen hy haar onverhoedts in 't oog raakte, &c.
Strak heb ik vuur, zegt gy uit uw gezicht geklonken.
Dat is geen wonder want uw oogen zyn vol vonken;
Ja vonken daar gy 't hart uit deeze borst door trekt:
En zelver zyt gy koudt. vraagt Laura naar de reeden?
Uw hart is staâgh met twee sneeuwbergen overdekt:
Maar waaren 't bergen van wit marmer, als uw leeden,
Dan zoum' 'er vuur uit aan dat Venus vuuren tart.
Wie vuur in d'oogen heeft vereist ook vuur in 't hart.