534. Aan E.A.M.
Al wat een ander dicht begint hy voort te schryven.
Mijn Titus was gedicht en quam noch niet op 't bladt:
Hy moest drie maanden in mijn hooft verburgen blyven:
Toen raakt' hy, door de pen, eerst uit mijn herssenvat.
Nu wordt dien heldt gedrukt: maar hy verrijst door drukken.
Wie dapper is, verduurt de Tijdt door heldenstukken.