Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Tweede Vertooning. De Drost staat op de Wy-steen. Gerechtigheidt, Voorzichtigheidt, Maatigheidt en Eendrachtigheidt omheinen hem, Muid, Naarde en Weezop, elk met haar gooden, godinnen en Burgermeesters bestuwt, genaaken het outaar van de Trouw. de Dorpen staan in 't verschiet. Terwijl de Drost de voorwaarden bezweert, ziet men drie gevleugelde kinderen booven de hoofden der Steeden zweeven, die hem te gemoet vliegen: d'een offert hem het zwaardt; d'ander de roede van 't Gerecht, het derde het kussen van de Graafelijkheidt. De zeven Neederlanden, de Vreede en Vryheidt., die aan de Vaader verplicht zijn, laaten haar op het huldigen van de Zoon vinden. Geweldt, Bedrogh, Twist en Eigenbaat neemen al sidderende de vlucht. rondtom d'Eedtverwanten grimmelt het van mensen.

De fiere Drossaart staat in 't midden van de Steeden. Men zweert, in d'open lucht, op d'oever van de Vecht, En bindt zich aan elkaâr met keetenen van eeden. Men offert hem het Zwaart; de roede van 't Gerecht, En 't Graaflijk kussen, om de vierschaar op te spannen. De Rechters zijn tot schrik van schelmen en tyrannen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.