Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

De tiende Is een hemel van heldere wolken, vol opgaande zonnen: daar de lucht zich begint t'ontsluiten, ziet men de gevleugelde kinderen, die met kroonen en scepters gelaaden zijn, niet dan olijf- en palmtakken strooien. Op deeze vertoont zich Koning Karel de Tweede, behangen met een zilvere staatcymantel, die met houde roozen geborduurt is: Hy heeft Genade, die de Vorsten onsterfelijk maakt, aan zijn zy. Jupiter, die 't erfrecht der koningen, door zijn blixem, voor geweldt behoedt, staat achter de Koning, om hem met drie kroonen, die van een slang, die de staart in zijn bek heeft, omringt zijn, te hulden: tot teeken dat Hem deeze niet door hulp van uiheemsche moogentheeden, maar van de Hemel wordt opgedraagen. De haatelijke wetten, die door 't Geweldt met het bloedt der doorluchtigste Stamhuizen beschreeven zijn, worden van het Hooge en Laage Huis, hier uitgebeelt door twee statelijke persoonen, die voor de Koning zitten, gescheurt. De Tijdt staat voor op, en heeft de drie koppen van Cerbrus, de helhondt, die hy door zijn seisen afgesneeden heeft, in zijn slinke handt: op 't middelste staat de naam van &c. op 't geen zich aan de rechte zy vertoont, Kromwel; op het derde de naam van Bradshaw; dit zijn de drie koppen van de helhondt, die zich aan 't bloedt der drie Rijken wel dronken, maar niet zat wisten te zuipen.

De wijze Karel klimt, naa bange ballingschappen, Nu dat men 't woest Geweldt verdelgt, op 's Vaaders troon. 't Geweldt houdt zelden standt op Koninglijke trappen. Jupijn omringt zijn hooft met en driedubble kroon. De Hofzon rijst; maar uit een zee van bloedt en traanen. Een loflijk Erfvorst is de zon der onderdaanen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove