Aan den Eed. Heer P. K. Hooft, Ridder, Drost van Muiden &c.
Hier sturf de geile Graaf, na dat hem d'eedle Velzen,
Door zijn getergde zwaardt, veel diepe wonden gaf.
Zoo overdier stondt hem het overhelsch omhelzen.
Zoo groef de Graaf zich zelf, eer dat hy 't wist, een graf:
Want vrouweschennis walgt zelf moedelooze slaaven.
De weêrwraak, heet van bloedt, ontziet geen goude staaven.
In de kerk op Muiderberg.