540. Op Lambrecht van den Bosch, toen hy het Spel van de Witte en Roode Roos gerijmt
hadt.
Wie heeft van zulk een Bosch als dit is ooit gehoort?
Het brengt by winter Witt' en Roode roozen voort:
Die voor geen avondt van de bitse laster duiken.
Wie Poëzy bemint moet zulken boschroos ruiken:
Maar deur het oor en oog, zoo wordt haar deugdt bekent.
De bloemen, rijk van geur, tot siersel van de Lent,
Verwelken door de rijp: dit loof verduurt de vlaagen.
Geen schoonder roozen dan die 't oor en oog behaagen.