Marquis Sfondrade, achter in zijn been geschooten, daar hy van sturf.
Hier leit hy die de Doodt manhaftigh teegens tradt:
Maar zy heeft hem, o list! van achtren aangevat.
Zoo zag men zijn lauwrier, door 't schut, met bloedt besprengen.
Veel hoort men zeegezang met lijkgeschrey deurmengen.