Mevrouw Maria Koeimans, gemaalin van den Eed. Heer Joan Huidekooper,
Ridder, Heer van Maarseveen, &c.
Hier bergt Maria zich bevrijdt van alle pijn.
Wie op deez' steen niet steent schijnt zelf een steen te zijn.
Haar ziel, met deugdt versiert, gaat deur de starren draaven.
De deugden worden door het sterven niet begraaven.