David door de Profeet Nathan bestraft.
De schrandre Nathan komt voor Davids voeten buigen.
Wie 't hooft bestraffen wil moet rijk van oordeel zijn.
De koning staat verbaast en heeft een naare schijn.
Een boos geweeten is door wijsheidt t'overtuigen.
Zoo dwingt een weerloos man een krijgsheldt groot van moedt.
Zijn hart is vuil van min; zijn ziel bemorst van bloedt:
Maar deeze smetten zijn door traanen af te spoelen.
Godts heete wraak is licht door weenen te verkoelen.