Op d'eerste Vertooning, 't Gewapende Euroope.
De woede Mavors komt gewapent op zijn waagen:
Hy heeft, om 't wufte volk in 't moorden te behaagen,
De schijn van Godtsdienst aan zijn rechte zy geplaatst.
Het weiffelend Geluk, dat met de kroonen kaatst,
Staat achter op 't verdek. de helsche Razeryen
Die trekken hem deur 't heir. de Zucht tot heerschappyen,
Drijft deeze gruwlen met haar zweep van slangen voort.
De godtvergeete Wraak, de nimmerzatte Moordt,
Bederf, de Schrik, Verraadt, de lijdelooz' Ellenden,
En 't toomeloos Geweldt, op blaakeren, op schenden,
En stroopen afgerecht, en al die heilloos werk
Hanthaaven, volgen hem. men opent Janus kerk.
Vulkaan beschikt geweer, en harrenast de Grooten.
De Vreede neemt de vlucht, met al haar Speelgenooten.
De Neederlanden gaan de Krijg vol hoops te moet.
Wie lauwren plukken wil, besproeit ze met zijn bloedt.