De twaalfde
Is het onderste deel van allerleie wapentuig; achter vertoont zich Herkules knots, daar
een hoedt op hangt; voor een fenix die op zijn nest verbrandt: in 't midden ziet men de
werreldtkloot, daar een oranjetelg om heen geslingert is. Op deeze verschijnt Prins
Freederik; hy heeft Rijkdom aan zijn rechte, en Herkules aan zijn slinke zy.
Maatigheidt staat voor. De Faam blaast op haar trompet, daar de wapens van de
verwonnen steeden en schansen aanhangen, om Freederix krijgsbedrijven te verbreien.
De groote Freedrik wijkt geen Mars in oorlogsdaaden.
De Faam verbreit zijn lof van hier aan d'Oosterstrandt.
Hy durfd', op hoop van roem, door 's vyandts stroomen waaden.
Waar 't Krijgshooft voor durft gaan behoudt het krijgsvolk standt.
Zoo wierdt de rijke vreê door Freederik bevochten.
De lauwren passen best met vett' olijf deurvlochten.