De derde
Vertoont zich achter als een Cerbrus en voor als een Hydra; het midden is van distelen
en doornen gemaakt, daar men allerleie slangen en ander ongediert deur elkander in
ziet krielen. Karel Stuart, d'allergodtvruchtighste en rechtvaardigste Koning,
verschijnt op dit moordtschavot. de Staatzucht ontrukt hem de scepter. hy heeft de
Moordt, gewapent met een bijl, noch roodt van 't bloedt der onnoozelen, achter zich
staan. Geweldt, Meineedigheidt en Bedrogh, zijn beezigh, om de goude Ryxpilaar, die
voor de Koning staat, versiert met de kroonen en scepters van Engelandt, Schotlandt
en Ierlandt, te verpletten.
Hier ziet men Karels hooft berooft van goude banden:
Noch blinkt hy, door zijn deugt, veel heller dan het goudt.
Hy vindt zich in 't geweldt der woede dwingelanden.
De goedtheidt van een Vorst rnaakt bloode schelmen stout.
De Staatzucht dreigt hem, om zijn zeetel, te verdelgen.
De scepterzucht ontziet geen Koningsbloedt te zwelgen.