708. Aan T. toen hy voor Juffrou K.K. op de fluit speelde.
Uw fluit, o Titer! temt de baaren:
Zy doet het woeste weer bedaaren.
Kolomba staat hier zelver stil.
Gy zijt als Orfeus op de snaaren;
Men ziet slechts in de plaats verschil:
Want Orfeus speelde by 't gewemel
Der zwarte spooken, voor de hel;
En gy verschijnt hier met uw spel
Voor d'overschoon' bestarnde hemel.