Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

In de achtste Vertooning Ziet men Neptunus en Thetis door de baaren bruizen, die door de zeekrijgh met bloedt doormengelt zijn: de wagen is van zeegooden en godinnen omringt; en wordt gevolgt van de Taag, de Loir, de Sein, de Scheldt, de Rijn, de Maas, het Y, de Teems, d'Eems de Elf, de Belt en Wezer: zy schreeuwen al t'zamen om vreede. De gezanten van bey de Landen ziet men, met olyfkranssen gehult, elkander op de strant omhelzen.

Neptunus steekt het hooft uit zijn bebloede baaren, En schreeuwt, gelyk al d'aardt om voortgang van de vree. De Scheepskrijg is tot schrik van landt en waterschaaren. De hofgezanten gaan, op d'oever van de zee, Elkander te gemoet, tot heil der Vryigheeden. De schaduw wijkt de zon, zoo doet de Krijg de Vreede.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Alle de gedichten. Deel 1 · Jan Vos · Poetry Cove