Zomer.
De Zomer pronkt in 't veldt met geele koorenäaren:
Zy koos voor zulk een pruik geen koningskroon van goudt.
Het leeven kan zich best door voedtzaam graan bewaaren.
De weelig' akker wordt op hoop van winst gebout.
Elk poogt zijn ruime schuur met garven t'overlaaden.
De Zomer druipt van zweedt om andre te verzaaden.